Sta je op het punt een prachtige reis naar Cuba te gaan maken? Het zal een unieke ervaring worden, het land heeft allerlei moois te bieden en laat je binnentreden in een totaal andere wereld. Tenminste, als je vooraf niet teveel vrienden spreekt die je uitgebreid over hun ervaringen vertellen. Vrienden en anderen met wie je een sterke band hebt kunnen met hun verhalen jouw mogelijkheden om optimaal te genieten van een nieuwe ervaring verpesten. Goode, Hart en Thomson (2016) beschrijven in recent onderzoek verschillende experimenten die aantonen dat je beter niet teveel gedetailleerde informatie bij hen kunt inwinnen.
Hoe ontstaan modetrends? Een psychologische verklaring
29 januari 2016‘Als er één schaap over de dam is, volgen er meer’. Het is een vrije Nederlandse vertaling van het bandwagon effect, een term binnen de consumentenpsychologie die helpt het ontstaan van modetrends te verklaren. Zodra de voorkeur van een groep anderen duidelijk wordt zijn we sneller geneigd ons daarbij aan te sluiten. We besluiten niet langer af te gaan op eigen onderzoek en feitelijke informatie, we sluiten ons liever veilig aan bij de rest. Het is iets dat Zeeman enkele jaren geleden op een bijzondere manier duidelijk maakte met een geslaagde stunt.
Spoilers verpesten je kijkplezier? Dat hoeft helemaal niet
25 januari 2016Spoiler alert! Menigeen klikt weg of hoopt op z’n minst op een mogelijkheid erover of omheen te kunnen lezen. In november ontstond er bijvoorbeeld nog ophef over Wie is de Mol, dat van de zaterdagavond verhuisde naar de zaterdag. Het betekent dat veel liefhebbers de uitzendingen op zondag terug dienen te kijken, met het risico tussentijds spoilers tegen te komen. Is dat echter altijd zo’n ramp? Recent onderzoek van Yan en Tsang (2016) toont aan dat spoilers ons kijkplezier lang niet altijd hoeven te verpesten.
Deze snelkoppeling in je brein houdt je gemakkelijk voor de gek
22 januari 2016Waarbij vallen er jaarlijks meer doden; door ongevallen in huis of botsingen in het verkeer? Een gemakkelijke vraag, niet? Dat moet het verkeer zijn. Toch? Het ene leidt jaarlijks tot grofweg 3x meer doden dan het andere. Jaarlijks vallen er door ongelukken in huis namelijk een kleine 2.500 doden, in het verkeer zijn dat er iets meer dan 800! Inderdaad, er vallen jaarlijks veel meer doden bij ongelukken in huis dan in het verkeer. Had je niet verwacht zeker?
Kiezen Unicef en het Rode Kruis online de juiste benadering? Concreet vs abstract taalgebruik
18 januari 2016“Tijd is geld”, zo zei Benjamin Franklin ooit. Toch blijkt dat niet altijd het geval te zijn. Je kunt een goed doel ondersteunen door tijd of geld te geven, de beide concepten vragen om een andere benadering. Een goed doel dat vrijwilligers probeert te werven kan het best een andere strategie toepassen dan wanneer het gaat om het doneren van geld. Macdonnell en White (2015) beschrijven in een recent wetenschappelijk artikel verschillende experimenten die aantonen hoe dit komt, ik pas het als consumentenpsycholoog voor je toe op de websites van Unicef en het Rode Kruis.
Ben jij steevast degene die in de langzaamste rij gaat staan? Je bent niet de enige, ook al lijkt dat wellicht zo. Je hebt last van de Attentional Bias, waarmee je brein je voor de gek houdt. Je hebt selectieve aandacht voor wat er in jouw situatie gebeurt en hebt daardoor geen aandacht voor wat er niet gebeurt in jouw situatie en wat er om je heen gebeurt. De Attentional Bias geldt als een van de belangrijke ‘denkfouten’ die we maken, waarmee ons brein ons in diverse situaties op het verkeerde been zet.
‘De kamers van dit hotel zijn bij ons waarschijnlijk binnen 2 dagen uitverkocht’. ‘Meer bedenktijd nodig? Neem een optie op een vlucht en een tarief voor maximaal 14 dagen’. Bedrijven creëren een gevoel van schaarste en proberen ons te overtuigen een boeking te maken of aankoop te doen. Booking.com en KLM zijn daar meesters in, maar welk psychologisch proces is eigenlijk verantwoordelijk voor dit effect? Anders gezegd: wat gebeurt er in ons brein dat ons ertoe leidt inderdaad die aankoop te doen? Roux, Goldsmith en Bonezzi (2015) beschrijven in een recent wetenschappelijk artikel verschillende experimenten die daar inzicht in bieden.
Consumentengedrag is afhankelijk van tal van factoren, een gevoel schaarste kan daar binnen een belangrijke rol spelen. Schaarste associëren we met iets bijzonders, het feit dat er (nog maar) weinig van beschikbaar is geeft aan dat het gaat om iets speciaals. Zodra een hotel bijna is volgeboekt dienen we er snel bij te zijn om diezelfde goede keuze als anderen (combinatie met sociaal bewijs) te kunnen maken, voordat het te laat is. Schaarste speelt in op een gevoel van geanticipeerde spijt, we zouden onszelf voor ons hoofd slaan wanneer we deze kans laten schieten en iemand anders ons voor is.
Schaarste maakt ons competitief
Schaarste heeft zoveel effect vanwege onze onbewuste zelfzuchtige natuur, we zijn geprogrammeerd om het voor onszelf zo goed mogelijk voor elkaar te maken (Hobbes, 1985). Schaarste brengt ons in een competitieve mentale staat, we proberen waardevolle resources te verzamelen waarmee we onze eigen welvaart kunnen verhogen. Er bestaat een onbewuste cognitieve associatie tussen schaarste en competitie, onder andere als gevolg van onze biologische programmering op basis waarvan onze voorouders dienden te overleven. De schaarste ziet er tegenwoordig anders uit dan in die tijd, de associatie in ons brein is echter blijven bestaan. Zodra we schaarste ervaren schakelt ons brein de competitieve houding in en proberen we er zelf het best uit te komen. Een goed voorbeeld waren de inmiddels afgeschafte Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf, waarbij consumenten probeerden zo snel mogelijk naar binnen te komen en anderen voor te zijn.
Zelfzuchtig, zelfzuchtig en zelfzuchtig
Schaarste zorgt voor een competitieve mentale staat en maakt ons zelfzuchtig, we proberen de beste hotelkamer te reserveren voordat anderen dat doen of de mooiste kleding uit het schap weg te kapen. Schaarste kan aan de andere kant opvallend genoeg ook leiden tot meer genereus of goedgeefs gedrag door anderen te helpen (Frimer et al., 2011). Waar komt die tweedeling vandaan, hoe kan een drang tot competitie uitmonden in gedrag waarbij we anderen helpen? Een bekend voorbeeld is het collecteren aan de deur, waarbij de bewoners van de goedkopere (huur)huizen vaak meer geven dan zij in een kapitale villa. Eerder wetenschappelijk onderzoek stuitte op dergelijke uiteenlopende resultaten, de nu aangetoonde onderliggende competitieve mentale staat kan daar het antwoord op vormen.
Wat blijkt immers? We zijn altijd zelfzuchtig, zelfs wanneer we meer doneren of anderen helpen in een situatie van schaarste. Indirect proberen we daarmee namelijk onze eigen welvaart te verbeteren, als het gevolg van de competitieve mentale staat. De bewoners van goedkopere (huur)huizen weten dat zij financieel afhankelijker zijn van anderen, bijvoorbeeld wanneer ze een dure boormachine nodig hebben of een grotere auto willen lenen om een meubel te verhuizen. Ze hebben sterkere sociale banden nodig, omdat ze de hulp van anderen gebruiken wanneer hun financiële middelen ontoereikend zijn. Door anderen te helpen in een geval van schaarste met betrekking tot de eigen portemonnee, bijvoorbeeld wanneer iemand collecteert voor een goed doel zorgen ze er uiteindelijk voor dat zij op hulp kunnen rekenen wanneer zij dat nodig hebben. Op die manier is het gedrag in lijn met de competitieve mentale staat waar schaarste voor zorgt, ook al gaat het om een indirect effect. De grotere donatie is als het ware een investering in hun sociale binding met anderen.
Advies voor in de praktijk
Wat betekent dat in de praktijk? Overheden en autoriteiten die willen aansturen op gedrag waar de samenleving als geheel wat aan heeft dienen hier goed rekening mee te houden. Tijdens een recessie (schaarste van geld) of tekorten van voorzieningen (schaarste van duurzame energie of aardgas) is het van belang om de persoonlijke voordelen voor consumenten te benadrukken. Wat levert het iemand persoonlijk op, zij het indirect? In tijden van recessie is het voor het land van belang de (hoge) belastingen te blijven betalen. Dit helpt de economie er weer bovenop, zodat de belastingbetaler er uiteindelijk zelf weer op vooruit zal gaan. Die persoonlijke winst is van belang in de communicatie naar buiten toe, de competitieve mentale staat tijdens een recessie vraagt immers om een persoonlijk gewin dat de betaling van de belasting kan ‘rechtvaardigen’.
Marketeers van ‘groene’ producten zoals een elektrische auto hebben te maken met hetzelfde effect. Het is wat dat betreft dan ook niet vreemd dat de Tesla zo’n succes is. De auto draagt dankzij z’n elektromotor bij aan een beter milieu, maar zorgt vooral voor persoonlijk gewin voor de eigenaar. De auto is snel, sexy en bovendien superzuinig. Het is een mix die binnen een competitieve mentale staat door een gevoel van schaarste perfect beantwoordt aan de behoefte van (zakelijke) consumenten.
Zelf waken voor beïnvloeding als het gevolg van schaarste? Houd er de volgende keer dat je een hotelkamer of een vlucht gaat boeken rekening mee dat het niet je doel was anderen te verslaan, je was van plan een boeking te doen die aan je wensen voldoet. Bespreek je wensen met degene waarmee je reist of schrijf ze voor jezelf op. Beoordeel hotelkamers, vluchten of andere mogelijke aankopen bewust op basis van je eigen voorkeuren. Je kunt je onbewustzijn onmogelijk uitschakelen en schaarste zal z’n krachten op je blijven uitoefenen, bewustzijn vormt echter een eerste stap naar bescherming. Probeer te oordelen op basis van je voorkeuren, houd er rekening mee dat bedrijven schaarste bewust proberen te benadrukken om je in die competitieve mentale staat te krijgen.
Bronnen
Cialdini, Robert (2009). Influence: Science and Practice. Boston, MA: Pearson Education. ISBN 0-205-60999-6.
Frimer, Jeremy A., Lawrence J. Walker, William L. Dunlop, Brenda H. Lee, and Amanda Riches (2011), “The Integration of Agency and Communion in Moral Personality: Evidence of Enlightened Self-Interest,” Journal of Personality and Social Psychology, 101 (1), 149–63.
Hobbes, Thomas (1985), Leviathan, London, UK: Penguin.
Roux, C., Goldsmith, K & Bonezzi, A. (2015). On the Psychology of Scarcity: When Reminders of Resource Scarcity Promote Selfish (and Generous) Behavior. Journal of Consumer Research, 42, 615-631.
Artikel met plezier gelezen? Deel het met je vrienden. Like me op Facebook en deel het artikel.
Waarom zien we zo’n schattig gezichtje in de Mini Cooper?
8 januari 2016Twee onschuldige glazen oogjes en daaronder een blije open mond; met een beetje fantasie krijgt de Mini Cooper gemakkelijk een schattig karakter. Waarom zien we eigenlijk een gezicht in iets dat in de praktijk uitsluitend bestaat uit plaatwerk, een paar stukken glas en wat andere materialen voor de grille? Het effect staat bekend als antropomorfisme en vindt z’n oorsprong in de Griekse woorden ánthrōpos (“menselijke”) en morphē (“vorm”). We zien een menselijke vorm in objecten, zoals een Mini Cooper, een stuk gesteente in een grot, een Disney-figuur, een mascotte of een robot.
De giftcard of cadeaubon is rond de feestdagen een populair cadeau, vooral wanneer je niet precies weet wat de ander wenst. Cadeaubonnen bieden immers vrijheid, toch? Dat blijkt psychologisch vies tegen te vallen. Reinholtz, Bartels en Parker (2015) tonen in recent onderzoek aan dat cadeaubonnen van specifieke winkels ons koopgedrag sturen richting de typische producten van die retailers. Met een Douglas-bon kies je voor een luxe parfum en een Bol.com-bon stuurt je onbewust naar een boek. Een algemene VVV-bon brengt die sturing niet met zich mee, zodat je daarmee daadwerkelijk volledige vrijheid cadeau kunt doen.
Van €299 voor €219: voorkom verleiding door anchoring
1 januari 2016Je hoeft niet te gaan rekenen, maar stel twee anderen onafhankelijk van elkaar eens de volgende rekensommen voor:
8 x 7 x 6 x 5 x 4 x 3 x 2 x 1
1 x 2 x 3 x 4 x 5 x 6 x 7 x 8
Vraag ze onafhankelijk van elkaar wat ze verwachten dat de uitkomst bij benadering zal zijn, het is van belang dat ze binnen een paar seconden antwoorden. De uitkomst van de eerste rekensom schatten we gemiddeld genomen op 2.250, terwijl we de uitkomst van de tweede rekensom schatten op zo’n 512. Uiteraard gaat het in beide gevallen om precies dezelfde rekensom en is de uitkomst gelijk (die is met 40.320 overigens een stuk hoger dan we denken).






