Je stapt wellicht niet zomaar over naar een andere supermarkt voor je dagelijkse boodschappen, terwijl je aan de andere kant wellicht eerder geneigd bent om gewoon eens een nieuw drankje uit het schap te pakken. Waarom wissel je voor de ene aankoop gemakkelijk van merk, terwijl je voor de ander veel meer loyaliteit op kunt brengen? Ik duik er als consumentenpsycholoog voor je in aan de hand van een recent artikel van Yang en Urminsky (2015). Zij beschrijven het Foresight Effect. Ben je optimistisch over wat je van een merk kunt verwachten? Dan is de kans op consistentie groter.
Vrouwen doen donaties, mannen kiezen voor korting
26 oktober 2015EarthWater helpt consumenten donaties te doen voor een betere wereld, wanneer zij een flesje of glas water bestellen. Onder andere de Ziggo Dome serveert dit water met een goed doel, er is sprake van een donatie-promotie. Aan de andere kant staan bijvoorbeeld supermarkten bekend om hun kortingen op allerlei producten, waaronder ook het water. Welke promotievorm werkt het best en hoe hangt dat af van wie je waar aanspreekt? Ik duik er voor je in aan de hand van een recent artikel van Winterich, Carter, Barone, Janakiraman en Bezawada (2015).
Marketingmanagers maken hun promotieplanning op basis van verschillende soorten kortingen en aanbiedingen. Onder andere de donatie-promotie en korting-promotie vormen twee belangrijke varianten. Bij een donatie-promotie is er sprake van een automatische donatie aan een goed doel, wanneer de consument het product koopt. Een korting-promotie levert die consument direct een korting op. In de beide gevallen is er sprake van een korting op het product, in het ene geval doet de consument daarmee automatisch een donatie aan een goed doel, in het andere geval is de korting vrij te besteden (Arora & Henderson, 2007). Een consument kan besluiten daarmee een donatie te doen, maar kan de middelen ook op tal van andere manieren inzetten.
Verschil in geslacht en woongebied
De auteurs van het artikel ‘Tis better to give than receive? How and when gender and residence-based segments predict choice of donation versus discount-based promotions’ stellen dat zowel ons geslacht als ons woongebied van invloed is op onze voorkeur voor de verschillende soorten promoties. Al van jongs af aan krijgen we als man of vrouw vanuit onze sociale omgeving een andere opvoeding mee (Bakan, 1966). Vrouwen ontwikkelen een zelf-in-relatie perspectief, terwijl mannen een onafhankelijke-zelf perspectief ontwikkelen (Giligan, 1982). Vrouwen ontwikkelen een sterkere connectie met hun omgeving, ze zijn meer ‘interdependent’ (Oyserman et al. 2002). Dit betekent onder andere dat zij zich meer inzetten voor goede doelen en de gemeenschappelijke welvaart.
Ook ons woongebied heeft volgens de auteurs invloed op de promotie-voorkeuren die we hebben. Op macro-niveau zijn consumenten in Oostelijke delen van de wereld meer interdependent dan wij in het Westen (Markus & Kitayama, 1991), iets dat bovendien valt toe te passen op een meer regionale schaal. Met name in landelijke gebieden zijn we meer afhankelijk van sociale contacten, waardoor consumenten er over het algemeen meer interdependent zijn. Het verschil is minder groot dan tussen mannen en vrouwen, maar stadsmensen zijn minder interdependent dan mensen uit de landelijke gebieden. Er is wat dat betreft sprake van twee belangrijke segmenten, die marketeers kunnen helpen om de effectiviteit van de promoties die zij inzetten te vergroten.
Advies voor in de praktijk
Wat betekent dat in de praktijk? Het is op basis van een goede segmentatie mogelijk om de effectiviteit van promoties te optimaliseren. Heb je een duidelijke segmentatie voor ogen en kun je bijvoorbeeld vrouwen uit een landelijke omgeving aanspreken of heb je de mogelijkheid om een promotie te richten op mannen uit de stad? Zorg er in het eerste geval voor dat je een donatie-promotie ontwikkelt, bijvoorbeeld zoals de Ziggo Dome dat doet met Earth Water. Zit je met je verkoopkanalen midden in de stad en zijn het vooral mannen die je product aanschaffen? Zorg dan voor een directe korting, zij zijn over het algemeen minder interdependent en kennen hun persoonlijke voordeel daardoor onbewust meer gewicht toe dan de mogelijkheid om iets goeds te doen voor het collectief.
Heeft de Ziggo Dome daarmee een goede keuze gemaakt door samen te werken met Earth Water? Ja en nee, het hangt af van de bezoekers in de poptempel. Tijdens een concert van Marco Borsato komen de vooral vrouwelijke bezoekers vanuit heel het land, zowel uit de stad als uit de landelijke gebieden. Bovendien refereert Borsato via meerdere kanalen aan zijn werk als ambassadeur voor War Child, waardoor we onbewust het ‘goede doel’ in ons brein activeren. Vrouwen uit landelijke gebieden zijn van zichzelf al meer geneigd voor een donatie-promotie te kiezen, de activering in ons brein maakt dit effect ook voor anderen sterker. Zolang de Ziggo Dome vooral vrouwen en bezoekers uit landelijke gebieden ontvangt vormt de donatie-promotie een goede keuze, tijdens een concert dat vooral mannen uit de stad trekt is dit minder effectief.
De AH To Go doet er aan de andere kant bijvoorbeeld verstandig aan om vooral gebruik te maken van korting-promoties. Een donatie-promotie is dan veel minder effectief. Het zijn niet per se mannen die er hun producten voor onderweg kopen, maar de AH To Go bevindt zich over het algemeen vooral in stedelijke gebieden en op de stations. Mensen zijn daar traditioneel wat minder interdependent, waardoor het onbewust de korting-promotie is die ons meer aanspreekt en eerder tot een aankoop zal leiden. Uit het onderzoek bleek overigens dat het geslacht een sterkere invloed heeft dan ons woongebied, waardoor het voor marketeers vooral verstandig is om hier in hun segmentatie onderscheid in te maken met betrekking tot de promoties.
Bronnen
Arora, N., & Henderson, T. (2007). Embedded premium promotion: Why it works and how to make it more effective. Marketing Science, 26, 514–531.
Gilligan, C. (1982). In a different voice: Psychological theory and women’s development. Cambridge, MA: Harvard University Press.
Markus, H. R., & Kitayama, S. (1991). Culture and the self: Implications for cognition, emotion, and motivation. Psychological Review, 98, 224–253.
Oyserman, D., Coon, H. M., & Kemmelmeier, M. (2002). Rethinking individualism and collectivism: Evaluation of theoretical assumptions and meta-analyses. Psychological Bulletin, 128, 3–72.
Winterich, K.P., Carter, R.E., Barone, M.J., Janakiraman, R. & Bezawada, R. (2015). Tis better to give than receive? How and when gender and residence-based segments predict choice of donation- versus discount-based promotions. Journal of Consumer Psychology, 25, 622-634.
Duurt eerlijkheid ook voor verkopers altijd het langst?
19 oktober 2015‘Eerlijkheid duurt het langst’, het is iets dat we veelal als kind al ingeprent krijgen teneinde ons een goed moreel kompas mee te geven. Klopt dat echter ook in de praktijk, in het bijzonder voor verkopers? Dat is waar Bickart, Morrin en Ratneshwar (2015) recent onderzoek naar deden. Ik duik er als consumentenpsycholoog voor je in en bespreek wat dit in de praktijk betekent. Duurt eerlijkheid ook voor verkopers het langst of is het soms de moeite waard om ergens bijvoorbeeld niet helemaal duidelijk over te zijn?
Verkopers krijgen regelmatig een spervuur van feitelijke vragen op zich afgevuurd, waarop de consument een antwoord verwacht. In veel gevallen zullen verkopers op de hoogte zijn van productspecificaties en mogelijke toepassingen om passend antwoord te geven. Dat neemt echter niet weg dat verkopers simpelweg niet alles kunnen weten, waardoor zij zo nu en dan te maken krijgen met een vraag waar zij het antwoord (niet direct) op hebben. Zij kunnen hier op 3 verschillende manieren mee omgaan:
- Toegeven dat ze het antwoord niet weten
- Liegen door een verkeerd antwoord te geven
- Onduidelijk of vaag reageren om de vraag te ontwijken
Uiteraard hebben de 3 verschillende manieren alledrie zo hun invloed op de verdere communicatie en in het bijzonder de overtuigingskracht gericht op de verkoop. In het eerste geval doet een verkoper het moreel juiste, maar loopt deze het risico dat de consument zijn of haar competentie als verkoper lager in zal schatten (Fiske, Cuddy, Glick & Xu, 2002). Liegen brengt het risico met zich mee dat dit uitkomt, waardoor de ervaren betrouwbaarheid van de verkoper enorm af zal nemen. De derde variant doet het lijken alsof de consument een antwoord heeft gehad, zonder dat er daadwerkelijk sprake is van liegen. Dat verklaart de aantrekkingskracht die sommige verkopers ervaren (Ellison & Ellison, 2009).
Onduidelijk of vaag reageren
Ik spreek van verkopers, maar bedoel daarmee natuurlijk ook vertegenwoordigers en bijvoorbeeld dienstverleners zoals bij een klantenservice. Het gaat wat dat betreft om een brede groep medewerkers die het contact met de (potentiële) klant onderhoudt. Er is sprake van onduidelijk of vaag reageren om de vraag te ontwijken wanneer de consument niet direct antwoord krijgt op de specifieke vraag, er sprake is van bewuste onduidelijkheid of vaagheid en wanneer de verkoper niet in dienst handelt van de specifieke wens van de consument om gerichte informatie te verkrijgen.
Resultaten van 3 experimenten
Uit drie verschillende experimenten blijkt dat de effectiviteit van een vage of onduidelijke reactie onder andere afhangt van de verwachtingen bij de consument. Consumenten blijken, op basis van het type verkoper en de branche, verwachtingen te hebben met betrekking tot de eerlijkheid die hij of zij zal etaleren. Een autoverkoper staat erom bekend dat deze graag met de consument meepraat en mogelijk details achterwege laat die daarmee niet in overeenstemming zijn. Een dokter aan de andere kant staat veel meer bekend als iemand die eerlijk alle informatie op tafel legt en geen dingen achter zal houden.
Op basis daarvan kunnen consumenten hoge of lage verwachtingen hebben met betrekking tot de eerlijkheid. Het zijn vooral de vakgebieden waar verkopers monetaire prikkels ontvangen waar we als consument niet te hoge verwachtingen hebben van de eerlijkheid (Kalra, Shi & Srinivasan, 2003). Is er sprake van een commissie voor de autoverkoper of de financieel specialist? Dan verwachten we een minder eerlijk antwoord dan bij de arts die financieel niet afhankelijk is van de keuze die we uiteindelijk maken. De verwachtingen gelden op basis van de omgeving (vakgebied, ervaringen van anderen) als op basis van de mate waarin ‘eerlijkheid’ in ons brein geactiveerd wordt via bijvoorbeeld het gesprek. Komt ‘eerlijkheid’ als concept ter sprake tijdens het verkoopgesprek? Dan hebben we automatisch lagere verwachtingen van de eerlijkheid, we worden als het ware kritischer.
Hebben we hoge verwachtingen van de eerlijkheid van een verkoper of vertegenwoordiger, zoals een arts of iemand anders binnen de zorg? Een vaag of onduidelijk antwoord kan dan leiden tot lager vertrouwen en uiteindelijk een lagere intentie om tot aankoop over te gaan. Zou de vertegenwoordiger eerlijk antwoorden dat hij of zij bepaalde kennis niet heeft of niet kan aangeven of een bepaalde toepassing geschikt is? Dat leidt bij hoge verwachtingen over de eerlijkheid vooral tot een hogere mate van vertrouwen, wat de kans op een aankoop juist toe laat nemen.
Hebben we aan de andere kant lage verwachtingen van de eerlijkheid van een verkoper of vertegenwoordiger? In dat geval leidt een vaag of onduidelijk antwoord niet tot een hogere of lagere mate van vertrouwen. Ook een eerlijk antwoord over het ontbreken van de kennis heeft geen effect, in de beide gevallen leidt dit niet tot een hogere of lagere intentie om tot aankoop over te gaan.
Advies voor in de praktijk
Wat betekent dat in de praktijk? Wanneer de verwachtingen met betrekking tot de eerlijkheid hoog zijn is het voor een verkoper, vertegenwoordiger of medewerker van de klantenservice van belang om zo eerlijk mogelijk te antwoorden. Weet hij of zij het antwoord op een vraag niet? Dan is het de moeite waard om aan te geven dat hij of zij de kennis mist, dit leidt tot een hogere mate van ervaren betrouwbaarheid. Een vaag of onduidelijk antwoord zou in dat geval juist tot een lagere ervaren betrouwbaarheid kunnen leiden, waardoor dit de uiteindelijke aankoopintentie schade toe kan brengen.
Bij lage verwachtingen met betrekking tot de eerlijkheid treden deze effecten niet op. Dat geeft niet direct aan dat het de moeite waard is om vaag of onduidelijk te zijn, maar het eerlijke ‘ik weet het niet’ leidt daar niet tot dezelfde toegevoegde waarde. Wil je er als verkoper voor zorgen dat je de kans op een aankoop zo groot mogelijk kunt maken? Zorg er dan voor dat je de verwachtingen met betrekking tot de eerlijkheid hoog maakt. Je kunt dan eerlijk antwoord geven op de vragen die je geeft, ook wanneer je de consument het antwoord schuldig moet blijven. Je profiteert van de hogere ervaren betrouwbaarheid bij hogere verwachtingen op het gebied van eerlijkheid. Wil je er als consument voor zorgen dat je onbewust op de juiste wijze anticipeert op de antwoorden van de verkoper? Zorg ervoor dat je het concept ‘eerlijkheid’ ter sprake brengt, bijvoorbeeld door simpelweg te vragen: “laten we eerlijk zijn, is [een specifieke specificatie, toepassing of eigenschap] in mijn geval daadwerkelijk de moeite waard?”
In Nederland ontvangen hypotheekadviseurs sinds 1 januari 2013 geen commissie meer over de hypotheken die ze verstrekken. Dat leidde er in eerste instantie toe dat hypotheekadviseurs weer uitsluitend na dienden te gaan denken over de mogelijkheden in het belang van de klant, maar het heeft daarnaast ook een psychologisch effect. Het huidige onderzoek toont aan dat dit leidt tot hogere verwachtingen op het gebied van eerlijkheid bij de consument (geen monetaire prikkels voor de verkoper). Dit betekent dat de verkoper het best eerlijk kan zijn wanneer hij of zij een antwoord niet weet, dat leidt immers (in tegenstelling tot bij lage verwachtingen over de eerlijkheid) tot een hogere ervaren betrouwbaarheid.
Bronnen
Bickart, B., Morrin, M. & Ratneshwar, S. (2015). Does it pay to beat around the bush? The case of the obfuscating salesperson. Journal of Consumer Psychology, 25, 596-608.
Ellison, G., & Ellison, S. F. (2009). Search, obfuscation, and price elasticities on the Internet. Econometrica, 77, 427–452.
Fiske, S. T., Cuddy, A. J. C., Glick, P., & Xu, Jun (2002). A model of (often mixed) stereotype content: Competence and warmth respectively follow from perceived status and competition. Journal of Personality and Social Psychology, 82, 878–902.
Kalra, A., Shi, M., & Srinivasan, K. (2003). Salesperson compensation scheme and consumer inferences. Management Science, 49, 655–672.
Waarom zie je alleen wat je wilt zien?
12 oktober 2015We zien regelmatig iets over het hoofd dat toch duidelijk aanwezig was of krijgen zelfs last van tunnelvisie wanneer we een bepaald doel voor ogen hebben. We missen dingen die duidelijk binnen ons gezichtsveld vallen, zonder dat we daar een duidelijke reden voor kunnen aanwijzen. Hoe dat komt? We zien niet alles dat we registreren, ons bewustzijn krijgt slechts een ‘relevante’ selectie voorgeschoteld door ons onbewustzijn dat alles om ons heen registreert. Ik duik er voor je in aan de hand van een artikel van Coleman en Williams (2015), waarin zij met verschillende experimenten aantonen dat wat we zien onder andere afhankelijk is van onze sociale identiteit op dat moment.
We ‘zien’ van alles, al is er in technische zin eigenlijk slechts sprake van een perceptie. Ons onbewustzijn neemt via de ogen de wereld om ons heen weer, het zijn de prikkels die het bewustzijn bereiken die we daadwerkelijk kunnen bestempelen als ‘zien’. We missen daardoor van alles, lang niet alle prikkels bereiken ons bewustzijn. Testje doen? Probeer de Selective Attention Test (Simons & Chabris, 1999) of bekijk dit filmpje van Skoda. Het zijn beide filmpjes die duidelijk maken dat we niet alles ‘zien’ dat we registreren, slechts een selectie bereikt ons bewustzijn en krijgt de volledige aandacht die het zou verdienen.
Sociale identiteit en onze aandacht
Hoe komt het dat we niet alles ‘zien’ dat we registreren? Dat heeft met een aantal verschillende zaken te maken, die bepalen hoe we onze aandacht richten. Ons bewustzijn is zeer beperkt in z’n capaciteit. We kunnen maximaal zo’n 7 ‘bits of information’ onthouden en binnen het zicht is er slechts sprake van een beperkte focus. Tijdens het lezen van deze tekst beweegt je focus mee door de regels, de woorden in de regels hierboven en hieronder zijn slechts wat wazig zichtbaar. Het is interessant om na te gaan wat verantwoordelijk is voor het richten van die aandacht. Wanneer we lezen zijn we daar bewust mee bezig, om de woorden in de juiste volgorde af te gaan. Zodra we om ons heen kijken is er echter sprake van veel meer invloed van buitenaf, er zijn allerlei prikkels aanwezig die onze aandacht kunnen sturen.
Coleman en Williams (2015) borduren voort op de identity-based motivation (Oyserman, 2009), die stelt dat onze motivaties voor een groot deel afhankelijk zijn van onze sociale identiteit op dat moment (Reed, Forehand, Puntoni & Warlop, 2012). We beschikken over verschillende sociale identiteiten, die op diverse momenten ‘actief’ worden. We kunnen bijvoorbeeld onderdeel uitmaken van een groep voetbalsupporters, horen bij het publiek tijdens een concert of tot de zakenmensen behoren wanneer we in de trein stappen en aan de slag gaan. De sociale identiteit bestaat uit associaties, attituden, waarden, gedragingen en bijvoorbeeld merken; die vertellen wie we op dat moment zijn (Kleine et al., 1993).
Onze aandacht vormt een primitief cognitieve kracht, waarbij we beïnvloed worden door emoties en wie we op dat moment zijn. Het is grotendeels de omgeving die bepaalt waar we aandacht aan besteden (Treisman, 2006). De experimenten in het artikel ‘Looking for my self: Identity-driven attention allocation’ tonen aan dat het onze identiteit is die bepaalt wat we zien. Stimuli om ons heen (dingen die we zien, geluiden, geuren, etc.) krijgen door het onbewustzijn automatisch een beoordeling, op basis van onze sociale identiteit. Is er sprake van een overeenkomst? Dan heeft de stimulus een grotere kans om door te dringen tot ons bewustzijn, waardoor we die zien, horen of ruiken. Wijkt de stimulus juist af? Dan keren we onze aandacht daar vanuit het onbewustzijn vanaf, waardoor dit ons bewustzijn niet zal bereiken.
Uit de experimenten blijkt bovendien dat dit geldt voor zowel emotionele stimuli als semantische stimuli. Wat dat betreft pikken we negatieve emoties als woede of angst beter op wanneer we qua sociale identiteit tot sporters behoren die doelen stellen en tegenslagen dienen te verwerken om daar te komen. De stimuli zijn in lijn met onze identiteit, net als wanneer we als vrijwilliger werken en we iemand tegenkomen die verdrietig of teleurgesteld is. Andersom hebben we er juist geen aandacht voor, de fanatieke sporter zal minder snel aandacht besteden aan iemand die net naast het succes grijpt en wat steun zoekt. Semantisch werkt dit ook, waardoor we om ons heen vooral zien wat in lijn is met wie we op dat moment zijn. Het is wat dat betreft niet vreemd dat we zaken over het hoofd zien, ons onbewustzijn zorgt voor een filtering die voorkomt dat we alle stimuli die we registreren ook daadwerkelijk ‘zien’.
Attentional blindness en change blindness
Heb je de filmpjes uit het begin van dit artikel bekeken en ben je benieuwd waarom je de gorilla niet door het beeld zag lopen of je de veranderingen niet hebt kunnen zien? Dat heeft te maken met twee verschillende oorzaken, het gaat respectievelijk om attentional blindness en change blindness.
Je bent er tijdens het kijken van het eerste filmpje op gericht om te tellen hoe vaak de personen de bal overgooien. Dat betekent dat je eigenlijk een soort sociale identiteit hebt om het overgooien te tellen, andere zaken zijn op dat moment niet relevant. Je onbewustzijn registreert een gorilla die door het beeld loopt, maar maakt de afweging dat het niet de moeite waard is om je dit te laten weten. De gorilla bereikt je bewustzijn niet, waardoor je deze niet ‘ziet’. Een vergelijkbare uitleg past bij de change blindness waar in het filmpje van Skoda sprake van is. Je bent erop gericht om het filmpje te bekijken en bijvoorbeeld te bepalen of je de Skoda een mooie auto vindt. De nadruk ligt heel duidelijk op de voorgrond, je onbewustzijn registreert veranderingen in de achtergrond maar gaat er vanuit dat het niet de moeite waard is om dit je bewustzijn te laten bereiken.
Bronnen
Coleman, N.V. & Williams, P. (2015). Looking for my self: Identity-driven attention allocation. Journal of Consumer Psychology, 25, 504-511.
Oyserman, D. (2009). Identity-based motivation and consumer behavior. Journal of Consumer Psychology, 19, 276–279.
Reed, A., II, Forehand, M. R., Puntoni, S., & Warlop, L. (2012). Identity-based consumer behavior. International Journal of Research in Marketing, 29, 310–321.
Simons, D.J. & Chabris, C.F. (1999). Gorillas in our midst: sustained inattentional blindness for dynamic events. Perception, 28, 1059-1074.
Treisman, A. (2006). How the deployment of attention determines what we see. Visual Cognition, 14, 411–443.
Speelde je als klein kind al graag met autootjes en droomde je ervan ze ooit zelf te rijden of denk je nog wel eens terug aan die goede oude tijd toen je nog ‘s avonds een gezelschapspel speelde en samen zonder televisie genoot van een hapje en een drankje? We leven in het hier en nu, maar hebben herinneringen van eerder en kunnen ons inbeelden hoe het er over enkele jaren aan toe zal gaan. We kunnen in onze gedachten door de tijd reizen, iets waar je als marketeer rekening mee dient te houden bij het ontwerp van een geslaagde campagne. Hoe dat zit? Ik duik er aan de hand van een recent artikel van Zhang en Aggarwal (2015) voor je in.
Wat kost het hotel dat je boekt gemiddeld per nacht en wat geef je uit aan een horloge? Je hebt daar waarschijnlijk aardige referentiekaders voor, die passen bij wie je bent en hoe je je financiële middelen besteedt. Dit heeft te maken met onze sociale identiteit, die onder andere volgt uit de wijze waarop we ons zien ten opzichte van anderen. Uit recent onderzoek van Burson & Gershoff (2015) blijkt dat de (online) omgeving onze verwachtingen van anderen beïnvloedt, waardoor we daar vervolgens onze sociale identiteit aan ontlenen. Wat dat in de praktijk betekent? Dat je moet oppassen dat de (online) omgeving je niet onbewust verleidt een grotere uitgave te doen dan eigenlijk bij je past.
Overtuigen met grafische advertenties? Kies het juiste perspectief
22 september 2015Advertenties en foto’s gaan veelal hand in hand, we komen ze zowel overal om ons heen als online tegen. Het zijn de creatieve jongens die zorgen voor een aansprekende grafische presentatie, benieuwd hoe een consumentenpsycholoog daarvoor waardevolle input kan aanleveren? Het perspectief van de foto is van invloed op de overtuigingskracht, op basis van de ‘fit’ ten opzichte de wijze waarop consumenten de gepresenteerde informatie verwerken. Benieuwd hoe dat zit? Ik duik er voor je in aan de hand van recent onderzoek door Zhang en Yang (2015).
De overtuigingskracht van foto’s en afbeeldingen valt niet te onderschatten (Phillips & McQuarri, 2004), een foto zegt zoals we allemaal weten immers meer dan 1.000 woorden. Wat die foto ‘zegt’ of overbrengt is grotendeels afhankelijk van de stilistische eigenschappen, zoals de camerahoek, de oriëntatie van het object of het visuele perspectief (Yang, Zhang & Peracchio, 2010). Er bestaat bijvoorbeeld een belangrijk verschil tussen het ‘actor’s perspective’ en het ‘observer’s perspective’. In het eerste geval laat de foto zien hoe je zelf bijvoorbeeld een product of dienst kunt gebruiken, in het tweede geval zie je iemand anders dat doen.
Informatieverwerking op basis van het perspectief
Consumenten verwerken informatie op basis van een promotion-oriented of prevention-oriented strategie. Dit stelt de regulatory focus theory van Higgins (1987). Consumenten gericht op promotie zoeken naar mogelijkheden tot groei en zijn nieuwsgierig naar nieuwe dingen. Consumenten gericht op preventie zoeken naar veiligheid en zijn op hun hoede. Zodra je consumenten met een preventie-strategie veiligheid biedt leidt dit tot ‘regulatory fit’, net als wanneer je consumenten met een promotie-strategie mogelijkheden tot groei biedt. Die regulatory fit leidt vervolgens tot een grotere kans op verkoop, dankzij een hogere waardering voor het product of grotere bereidheid tot aanschaf (Lee, Keller & Sternthal, 2010).
Tegelijkertijd is ook het visuele perspectief van een grafische advertentie van invloed op de wijze waarop we als consument informatie verwerken. Zodra we het actor’s perspective zien zijn we meer geneigd ons te richten tot interne emoties en gevoelens, omdat we ons inbeelden dat we het product of de dienst zelf gebruiken (Valenti, Libby & Eibach, 2011). Het observer’s perspective leidt er aan de andere kant toe dat we vertrouwen op meer externe gevoelens en de invloed van anderen. We gaan na wat anderen van ons denken, omdat we het gevoel krijgen naar een film van onszelf te kijken. We zijn meer geneigd om onszelf van buitenaf te beoordelen.
Er ontstaat ‘regulatory’ fit op het moment dat promotion-based consumenten een actor’s perspective te zien krijgen. Zij zijn geneigd te vertrouwen op interne gevoelens en emoties, waar de kans tot groei en ontdekking uitstekend bij aansluit. Prevention-based consumenten zijn juist op hun goede voor wat anderen van hun denken en zoeken naar veiligheid door wat afstand te nemen, iets waar het observer’s perspective uitstekend bij past.
Advies voor in de praktijk
Uit 3 verschillende experimenten zoals beschreven in ‘Stylistic properties and regulatory fit: Examining the role of self-regulatory focus in the effectiveness of an actor’s vs. observer’s visual perspective’ (Zhang & Yang, 2015) blijkt inderdaad dat de combinatie tussen het juiste perspectief en de oriëntatie-strategie van de consument leidt tot toegevoegde waarde. De ‘fit’ tussen deze beide elementen leidt tot betere productevaluaties, wat de kans op verkoop groter maakt. Bovendien blijkt dat het zowel mogelijk is om een promotion-based of prevention-based strategie uit te lokken via de boodschap in de advertentie of vanuit een eerdere omgevingsprime. Dat betekent concreet dat het door middel van de tekst bij de advertentie mogelijk is de gewenste strategie te ontlokken of je op voorhand methoden kunt verzinnen om aan te sturen op een voorkeur voor groei en ontwikkeling of veiligheid en zekerheid.
Uiteraard komen we hier in de praktijk voorbeelden van tegen, Norton is een bedrijf dat hier op de juiste manier gebruik van lijkt te maken. Het bedrijf zorgt voor internet security, een product waarbij consumenten zonder twijfel een prevention-focused strategie hanteren. Dat vraagt om foto’s vanuit het observer’s perspective, iets dat zowel de homepage als andere pagina’s duidelijk laten zien. Het perspectief sluit goed aan bij de wijze van informatie verwerken, waardoor we binnen een prevention-strategie (onbewust) een minimale weerstand ervaren en we positiever zijn over het aangeboden product.
Een ander voorbeeld is 333travel, dat bijvoorbeeld reizen naar Sri Lanka aanbiedt. Op de pagina staan diverse foto’s, waarop geen anderen te zien zijn en waarop het lijkt of je zelf op de locatie aanwezig bent. Vooral de tweede foto is sterk, door deze recht voor de trap te nemen heb je het idee dat je er zelf staat en zo door kunt lopen richting de Boeddha. Dit sluit uitstekend aan bij de promotion-based strategie die we hanteren wanneer we een reis boeken, gericht op groei en nieuwsgierigheid om andere delen van de wereld te ontdekken.
KLM kan hier en daar nog wel wat verbeteren, al ziet de mini-website over de nieuwe World Business Class er erg goed uit. Het is mogelijk om er haast zelf plaats te nemen, optimaal in lijn met onze (onbewuste) wensen binnen een promotiion-based strategie. Waarom dan toch mogelijkheden tot verbetering? Op de reguliere website waar je door kunt klikken naar de mini-website staat helaas een afbeelding die ons een jonge vrouw laat zien die op ‘onze’ plek zit, een observer’s perspectief dat veiligheid en zekerheid biedt waar we er eigenlijk niet naar op zoek zijn.
Bronnen
Higgins, E. T. (1987). Self-discrepancy: A theory relating self and affect. Psychological Review, 94, 319–340.
Lee, A. Y., Keller, P. A., & Sternthal, B. (2010). Value from regulatory construal fit: The persuasive impact of fit between consumer goals and message concreteness. Journal of Consumer Research, 36(5), 735.
Phillips, B. J., & McQuarrie, E. F. (2004). Beyond visual metaphor: A new typology of visual rhetoric in advertising. Marketing Theory, 4, 113–136.
Valenti, G., Libby, L. K., & Eibach, R. P. (2011). Looking back with regret: Visual perspective in memory images differentially affects regret for actions and inactions. Journal Of Experimental Social Psychology, 47(4), 730–737.
Yang, X., Zhang, J., & Peracchio, L. (2010). Understanding the impact of self- concept on the stylistic properties of images. Journal of Consumer Psychology, 20(4), 508–520.
Zhang, J. & Yang, X. (2015). Stylistic properties and regulatory fit: Examining the role of self-regulatory focus in the effectiveness of an actor’s vs. observer’s visual perspective. Journal of Consumer Psychology, 25, 449-458.
Lekker eten? Kijk niet teveel naar het etiket met voedingsinformatie
15 september 2015Een gemiddeld etiket op bijvoorbeeld een pak sinaasappelsap biedt uitgebreide informatie, we kunnen eraan aflezen hoeveel kilocalorieën er per 100ml inzetten, hoeveel eiwitten we binnenkrijgen en hoeveel suikers zich binnen de koolhydraten bevinden. Hartstikke handig natuurlijk, maar wat is de invloed op de beleving van voeding door consumenten? Recent onderzoek van Gomez en Torelli (2015) toont aan dat de voedingsinformatie afhankelijk van onze culturele identiteit een behoorlijk negatieve invloed kan hebben op onze voedingsconsumptie.
Wanneer is minder dan het beste toch goed genoeg voor maximizers?
8 september 2015Maximizers gaan voor niets minder dan het beste. Ze vergelijken alle specificaties van beschikbare televisies, zoeken mogelijke vakantiebestemmingen tot op de bodem uit en nemen geen genoegen met een hotelkamer die niet op alle fronten optimaal bijdraagt aan een prachtige reis. Toch? Uit recent onderzoek van Weaver, Daniloski, Schwarz en Cottone (2015) blijkt dat dit niet altijd het geval is. Maximizers blijken niet alleen van satisficers te verschillen met betrekking tot hun keuzestrategie, de beide karakters zijn bovendien verschillend gevoelig voor sociale verhoudingen en sociale vergelijkingen. Ik duik er als consumentenpsycholoog voor je in, zodat je het consumentengedrag van maximizers en satisficers beter kunt voorspellen of je voortaan wellicht zelf betere keuzes kunt maken.
Maak het jezelf gemakkelijk: geef een cadeau dat bij jóu past
1 september 2015Wat geef je een goede vriend cadeau voor zijn verjaardag en waarmee kun je een vriendin die je lang niet hebt gezien nu echt verrassen? Geschikte cadeaus vinden behoort bij een groot deel van ons niet tot de ervaren kernkwaliteiten, dus wat richtlijnen lijken wat dat betreft op z’n plaats. Uit eerder onderzoek blijkt onder andere regelmatig dat we de cadeaus het best kunnen afstemmen op de voorkeuren van de ontvangen (Gino & Flynn, 2011) en op onze onderlinge relatie met de ontvanger (Ruth, Onnes & Brunel, 1999). Het valt in de praktijk echter niet altijd mee om allereerst de ander te doorgronden en daar een passend cadeau bij te zoeken. Gelukkig kan het gemakkelijker, nieuw onderzoek van Paolacci, Stracter en de Hooge (2015) toont aan dat we de ander gelukkig maken met een cadeau dat bij jóu past.



